Een hardloopavontuur met de innerlijke familie

Een hardloopavontuur met de innerlijke familie

Pasfoto

5 juni 2013

Anneke Mijnhardt

Een hardloopavontuur met de innerlijke familie

Afgelopen zondagavond liep ik hard in het bos in de buurt van ons huis. Ik was enigszins geïrriteerd vertrokken omdat ik erachter was gekomen dat ik vergeten was het hardloophorloge op te laden, waardoor ik het tempo niet kon bepalen op basis van mijn hartslag. Dat was nu juist het doel van mijn innerlijke man en die was dus niet in zo’n best humeur.

Gelukkig kon mijn innerlijke vrouw hem sussen: zij in mij weet inmiddels wel op basis van de reacties van mijn lichaam hoe hard ik ongeveer moet lopen om goed te trainen. En zo renden we een aantal kilometers verder. Mijn vrouw was bezig om mijn lichaam steeds bewust waar te nemen en te checken hoe ik liep, terwijl mijn man nog even naging welke doelen en techniek aandachtspunten hij had gesteld voor deze loop. Zo gingen ze samen verder terwijl mijn meisje genoot van de natuur die prachtig groen was in het mooie avondlicht en mijn jongetje het heerlijk vond om te bewegen en de vrijheid van het alleen op pad zijn te ervaren.

Na ongeveer een kilometer of zes zag ik in de verte langs het bospad een leuk tafereel: een vader met zijn dochter van een jaar of 8 en een zwarte hond. Ze waren leuk samen bezig en ik liep er bijna aan voorbij, totdat de hond op me af rende en voor mij stil ging staan om aan me te snuffelen. Ik kon niet anders dan stoppen. Mijn meisje vond het spannend omdat zij niet wist wat de hond zou doen en mijn innerlijke man was licht geïrriteerd omdat hij werd onderbroken in het lopen. Van mijn jongetje merkte ik op dat moment weinig en mijn vrouw was vrij mild: kan gebeuren, het is maar een hond. Ik bleef stil staan en wachtte wat zijn baasje deed. Het baasje stond ongeveer 6 meter verderop en riep de hond. De hond reageerde niet. Mijn meisje gaf aan dat zij het niet prettig vond wat er gebeurde waarop ik mijn innerlijke man naar voren schoof om te vragen of het baasje zijn hond kon weghalen. Waarop dat baasje zei: “Hij doet niks hoor!”. Waarop de hond met zijn modderpoten tegen mijn borst opsprong en mijn man nu zwaar geïrriteerd zei: “Doet niks, wat is dit dan?!” Toen pas pakte het baasje een fluit en floot de hond terug – die nu wel luisterde gelukkig.

Vol verwachting keek ik het baasje aan: in afwachting van excuses of een andere begripvolle opmerking. Je zou kunnen zeggen dat ik wachtte op de innerlijke vrouw van het baasje. Echter niets van dat alles. Het baasje staarde mij aan met een echte jongetjesblik van: “Waar wacht je nu nog op?!”. Toen ik aangaf dat ik het echt niet prettig had gevonden hoe dit was gegaan, kreeg ik weer te horen: “Maar hij deed toch niks?!”. Dat totale gebrek aan inlevingsvermogen was op zijn minst een onverschillig jongetje, op zijn meest een brutale-aap-jongetje. Maar dan in een volwassen lichaam! Wat het lastiger maakte om hem een uitbrander te geven. Mijn innerlijke man was inmiddels woest en zei tegen het baasje: “Ik wil graag dat u excuses maakt voor wat er gebeurde want ik vond het echt onaangenaam”.

Alsof hij wilde bewijzen dat hij een jongetje was zei het baasje: “Nou, sorry hoor!!”, op een toon die alles behalve gemeend was. En vervolgens riep hij eigenwijs: “Bovendien is dit een honden-losloop-gebied waar honden dus los mogen lopen!”. Zoveel brutaal jongetje schoot mijn innerlijke man in het verkeerde keelgat en hij zei: “Niet als ze mensen belemmeren en bespringen!”.

En weer riep het baasje: “Hij deed toch helemaal niets!”. Mijn hele innerlijke familie en ik stonden paf. Mijn innerlijke man riep nog: “Ongelofelijk en asociaal hoe u denkt!”.  En toen liep het baasje de ene kant op en rende ik de andere kant op.

De moraal van dit verhaal? Niet alleen honden, ook jongetjes moeten aan de lijn in het bos…….