Pesten: Wie pest wie?

Gepest meisje

Pesten: Wie pest wie?

Pasfoto

3 mei 2016

Arienne Klijn

Pesten: Wie pest wie?

Bij het woord ‘pesten’ denk ik direct aan een kwetsbaar, teruggetrokken, angstig of onzeker kind. Dat kind wordt lastig gevallen of zelfs in elkaar geslagen door uitgelaten, baldadige andere kinderen, meestal in een groep. Hoe meer het gepeste kind schrikt en in elkaar krimpt, hoe harder de pester doorgaat met zijn uit de hand gelopen ‘spel’. Zo blijft een vicieuze cirkel in stand. Dit patroon zie je bij kinderen, maar ook tussen volwassenen. Er wordt gepest op het werk, maar ook in relaties. Ook komt pesten tussen volwassenen en kinderen voor.

Zo heeft één van mijn vriendinnen een zoon van 9 die samen met zijn stoere, vrolijke, uitgelaten vrienden het leven van zijn juf dagelijks zuur maakt. De juf, die met steeds meer spanning voor de klas staat, is hier het gekwetste kind. En mijn vriendin ook: zij voelt zich heel onzeker over de toekomst van haar zoon op deze school, omdat ze bang is dat de juf haar zoon de schuld geeft van de ellende in de klas. Als juf boos wordt en hem en zijn kornuiten straft, voelt zoonlief zich gepest door de juf. Wie pest hier nou wie?

In het model ‘Schilden van je Innerlijke Familie’ is het antwoord: de jongetjes pesten de meisjes. Wat bedoel ik dan? Wij kunnen al onze eigenschappen en drijfveren verdelen over vier innerlijke personen. Het kwetsbare, gevoelige, lieve deel in onszelf noemen wij het innerlijke meisje. Het innerlijke jongetje is de vrolijke plaaggeest die speels en onderzoekend door het leven rent. Als het innerlijke jongetje in een slechte bui is, kan dat plagen doorslaan naar pesten. De tomeloze energie van het innerlijke jongetje walst dan over het innerlijke meisje – het gevoelige deel – van de ander heen. Als het innerlijke jongetje daarin niet begrenst wordt, stopt hij pas als hij een betere afleiding vindt.

De innerlijke vrouw is ons vermogen deze twee helften van onze aard te reguleren. Zij is ons incasseringsvermogen en brengt ons rust, bezinning en wijze of praktische inzichten. De innerlijke man tenslotte staat voor onze denkkracht en daadkracht; dankzij hem kunnen wij grenzen stellen en beslissingen nemen. Als de innerlijke man en innerlijke vrouw goed samenwerken kun je doorgeslagen innerlijke jongetjes op de juiste manier begrenzen: vanuit inzicht in wat op dat moment zal werken. Omdat het ene innerlijke jongetje pest uit verveling, het andere innerlijke jongetje om zijn frustratie af te reageren, enzovoort.

De zoon van mijn vriendin heeft een lief, knuffelig innerlijk meisje. Het is vooral deze kant van hemzelf die hij aan zijn moeder laat zien. Op school springt zijn innerlijke jongetje naar voren. Zo’n innerlijk jongetje werkt aanstekelijk: al snel zijn de innerlijke jongetjes in alle vrienden ook wakker en klaar om er samen weer een vrolijke bende van te maken. Ze springen op tafels, schreeuwen door de klas en komen lekker niet naar binnen als het speelkwartier buiten afgelopen is. Het innerlijke meisje van de juf voelt zich miskend in haar pogingen een fijne sfeer in de groep te creëren. Juf zet vervolgens haar innerlijke man naar voren om met man en macht de innerlijke jongetjes terug in het gareel te krijgen. Maar hoe meer druk de juf vanuit haar innerlijke man uitoefent op de innerlijke jongetjes, hoe opstandiger die innerlijke jongetjes worden. En na school krijgen juf en mijn vriendin ruzie omdat ze bij de ander geen gehoor vinden voor hun gespannen innerlijke meisjes.

Wie kan dit patroon doorbreken? De verzameling eigenschappen die nog door niemand wordt benut, is die van de innerlijke vrouw. Het samen erkennen en benoemen dat dit echt een uitdagende situatie is, kan de spanning wat wegnemen bij alle innerlijke meisjes. Het accepteren dat niet alle lastige situaties meteen kunnen worden opgelost, kan realiteitszin en hopelijk wat geduld kweken bij mijn vriendin en de juf. Vervolgens kunnen zij dan rustig doorgronden en toetsen wat hier nodig is. De kracht van de innerlijke vrouw is ook: weten wanneer het wijs is om hulp te vragen. Gelukkig komen de directeur en de interne begeleider binnenkort meepraten. Laten we hopen dat zij ook hun innerlijke vrouw mee naar dat gesprek nemen.

Deze tekst is eerder verschenen als column van Arienne Klijn in Kinderwijz